Het realiseren van een duurzame economie te realiseren is de centrale maatschappelijke uitdaging van dit moment. De ‘Groene Economie’ is ook een van de centrale thema’s voor Rio+20, de VN-bijeenkomst die in 2012 gehouden wordt, twintig jaar na de topconferentie in Rio de Janeiro.
In 1992 ging de discussie nog vooral over milieu, maar tegenwoordig is economie steeds meer de kern van de discussie over duurzame ontwikkeling. Steeds meer komt de vraag centraal te staan hoe we onze economie omvormen tot een Groene Economie.
Gelet op de urgentie van de duurzaamheidsvraagstukken, moet de veelbelovende notie van een ‘Groene Economie’ snel omgezet worden in concrete korte- en lange-termijn maatregelen. Maar hoe krijg je dat voor elkaar?
Rio+20-principes
Om de discussie hierover een stap verder te helpen hebben Jan Jonker, Harry te Riele en ik bij de laatste bijeenkomst van het Nationaal Platform Rio+20 een essay gepresenteerd waarin we zeven principes voorstellen om die Groene Economie sneller tot stand te laten komen. In het kort komen ze hierop neer.
- Meervoudige waardecreatie: alleen winst wordt niet alleen uitgedrukt in geld, maar ook in maatschappelijk nut.
- Achterblijvers financieren innovatie: belasting op vervuilende technologie bevordert de ontwikkeling van duurzame alternatieven.
- Een hernieuwde balans tussen lokaal en globaal: waar dat kan worden voedsel en energie lokaal geproduceerd.
- Totale kosten van bezit zijn leidend: bedrijven en consumenten zijn verantwoordelijk voor wat er eerder of later in de keten met een product gebeurt.
- Cyclisch gebruik van grondstoffen: voor de productie van goederen wordt uitsluitend afvalmateriaal van eerder producten gebruikt.
- De vervuiler betaalt: het voorzorgsbeginsel van Rio ’92 wordt rigoureus doorgevoerd; organisaties zijn aansprakelijk voor schade, ook op langere termijn.
- Vrijheid om verantwoord te handelen: om innovatie te bevorderen wordt wetgeving op het niveau van methoden en technieken vervangen door ambitieuze doelstellingen en kaders.
Perverse prikkels
Doel van de de Rio+20-principes is om op korte termijn ‘perverse prikkels’ uit ons economisch systeem te bannen. Lang was onze economie gebaseerd op de gedachte dat energie, schone lucht, vers water en grondstoffen voor eeuwig bijna gratis beschikbaar waren; nu weten we dat dat niet zo is. There is no such thing as a free lunch, zei Milton Friedman, en hij had gelijk. Iemand moet betalen voor het gebruik van die natuurlijke hulpbronnen, nu of later. Het negeren van die kosten leidt aantoonbaar tot verspilling, armoede, schaarste, uitputting en verwoesting.
We willen toe naar een welvarende samenleving die ook op lange termijn houdbaar is. Wat ons betreft zal er volop ruimte blijven voor ondernemerschap, innovatie en groei, maar meer dan tot nu toe zullen we in de inrichting van de economie de prijs moeten gaan betalen voor ‘externaliteiten’. Daarom pleiten we ervoor de transitiemechanismen die we in hetessay noemen zo snel mogelijk toe te passen.
Het essay Transities naar Duurzaamheid, zeven principes om te werken aan de groene economie van Jan Jonker, Jos Reinhoudt en Harry te Riele is een bijdrage aan de voorbereiding op Rio+20 in 2012. Het essay isgepresenteerd op 19 september in Den Haag. Download het hele essay hier.